contact company home

Zadelhoogte

Wedges

Diagonaal krachtverschil

KNIE & BOVENBEEN

Fietsafstelling:

Een verkeerd ingestelde zadelhoogte kan belastend zijn voor de knieën, in het bijzonder daar waar de knieschijf (patella) en het bovenbeen (femur) contact maken. Een te hoge zadelstand resulteert in een kracht die de knieschijf lateraal verplaatst. In de strekkingfase van de knie wordt de knieschijf lateraal weggedrukt wat op den duur pijn geeft aan de buitenkant van de knieschijf. Dit verschijnsel wordt nog versterkt door de beenstand. Een te lage zadelstand heeft tot gevolg dat het been te veel gebogen is met als consequentie dat er een overbelasting plaatsvindt in het gebied van knieschijf en bovenbeen. Is het zadel te ver naar voren (steile zitbuishoek) geeft ook een kleine hoek in het kniegewicht met dezelfde gevolgen als bij een lage zadelstand.

De longitudinale instelling van de voet (schoen) is van invloed op de efficiëntie van fietsbeweging. De zijwaartse instelling is niet alleen afhankelijk van de natuurlijke stand van de voeten, maar vooral van het opgelegde patroon van de fietsbeweging. Anders gezegd: de positie van de voet op de trapper moet zodanig zijn dat de krachtlijn van het bovenbeen naar het onderbeen midden over de knie loopt. In de praktijk betekent dit dat de binnenkant van de voet parallel staat aan de cirkel die de pedaal beschrijft. Een naar binnen draaien van de schoenplaten en dus naar buiten draaien van de hiel, iets wat in de praktijk vaak voorkomt omdat de fietser te kort met de enkel langs de crank beweegt, geeft een verdraaiing van het onderbeen t.o.v. het bovenbeen en kan knieklachten tot gevolg hebben. Een uitzondering vormen diegenen waar de voeten van nature naar binnen wijzen. De schoenplaten kunnen dan zo worden geplaatst dat de hiel enigszins naar buiten staat.
Over de afstelling van de schoenplaatjes zie ook Shoe Cleat Adjuster.

Fysieke oorzaken:

De valgus- en varusstand van met name de voorvoet heeft het effect van supinatie of pronatie tijdens het fietsen. Het gevolg hiervan is dat de knie niet meer in de krachtlijn van het bovenbeen en onderbeen blijft en lateraal gaat afwijken van de ideale lijn. Dit geeft een hoekbelasting op de knie met een verhoogd risico op knieklachten en een verlies van energie.

Volgens een studie van Garbalosa 1994 bleek dat er bij 87% van een onderzochte groep sprake was van een voorvoet varus, 9% had een voorvoet valgus stand en 4% had een neutrale voorvoet stand. Volgens Stevens 1998 bleken van 100 fietsers 31% een ongunstige uitlijning van de voorvoet te hebben. Men kan de voorvoet stand corrigeren door een orthopedische inlegzool of door een voorvoetcorrectie met de Amerikaanse Big Meat wig. In de tekening is weergeven wat het effect is van een voorvoet varus en wat de correctie bewerkstelligt op de laterale uitslag van de knie. Overigens wordt deze wig niet rechtstreek onder de voorvoet geplaatst, maar tussen het schoenplaatje en de schoenzool. De fabrikant heeft ook het effect van de Big Meat laten meten op het vermogen van de fietser. Hieruit bleek dat de power-output toenam met gemiddeld 1,9% (Reuter 1997).

Bij een beenlengteverschil wordt meestal het korte been zwaarder belast dan het lange been. Als gevolg van de opgelegde beweging moet het lengteverschil gecorrigeerd worden en dit gebeurt door het lange been tijdens het fietsen naar buiten te drukken om zo het lengteverschil te compenseren. De knie blijft niet in de krachtlijn en zal dus minder zwaar belast worden. Men vindt bij dit type fietser dan ook een asymmetrische spierontwikkeling. Het bovenbeen van het korte been is sterker ontwikkeld en deze asymmetrie loopt diagonaal door het bewegingsapparaat, want het onderbeen is sterker bij het lange been. Overbelasting als gevolg van deze asymmetrische fietscyclus is vaak aan de orde en dit uit zich dan in knieklachten van het korte been. Overigens heeft de fietser met deze afwijking bijna altijd last van lage rugpijn; simpelweg omdat hij scheef op zijn fiets zit. Omgekeerd wordt ook soms het lange been zwaarder belast. Dit type fietser corrigeert onbewust zijn beenlengteverschil vanuit de rug. Hij zit dan wel recht op de fiets maar kan alleen via het lange been kracht uitoefenen, omdat hij anders scheef op de fiets komt. De diagonale asymmetrie is hier precies omgekeerd aan bovenstaand type fietser en uit zich hier door knieklachten aan het lange been.

Fietsers met X- dan wel O-benen hebben het probleem dat de krachtlijn niet recht over de knie loopt en dus een verhoogde kans op knieklachten. Deze klachten kunnen deels worden verholpen c.q. voorkomen door te kiezen voor een schoen en een pedaalsysteem waarin de voorvoet een zekere laterale vrijheid blijft behouden en/of door orthopedische steunzolen.